10/09/2010
http://poeziecircus.nl.server20.firstfind.nl/SLAU/SLAU/Agenda/Agenda.html
Nieuws
LILA - Literaire Ladder
Het Utrechtgedicht
Verleden Tijd
Links
Contact / Over SLAU
SLAU op Facebook
Blijf op de hoogte!

Esther Jansma

Op de thee bij...Esther Jansma

Esther Jansma ontvangt ons in de keuken. Zoon en dochter zijn huiswerk aan het maken in de woonkamer. In de vensterbank liggen hun tekeningen, een prachtige groene slang bijvoorbeeld. Toen ze zo oud was als haar kinderen nu – 11 en 9 - woonde ze in een volksbuurt in Amsterdam-Oost, met haar moeder en haar zussen: `We hadden veel fantasie: de deur van het belastingkantoor was onze voedselautomaat. Uit elk vakje kwam een ander heerlijk gerecht. Daar smulden we dan van. We leefden op straat, net als de Marokkaantjes van tegenwoordig.` Al heel jong wist ze dat ze schrijver wilde worden: `Niet als hobby, maar als beroep.` Haar ouders waren allebei beeldhouwer. Op haar vijftiende stapte ze van verhaaltjes over op gedichten: `Zo kon ik simpel en eenvoudig schrijven, niet opgeklopt en barok.` Vanaf haar twintigste noemde ze zich `aankomend dichteres`. Ze ging met haar werk langs bij Ed Leeflang. Die begeleidde haar enkele jaren. In 1999 kreeg ze als eerste dichteres de VSB Poëzieprijs, na grootheden als Claus, Kouwenaar, Vroman en Kopland. `Kopland en Kouwenaar waren mijn grote voorbeelden, net als Faverey. En Mark Strand natuurlijk.` Natuurlijk – want die Amerikaanse dichter vertaalde ze samen met haar echtgenoot – dichter en neerlandicus Wiljan van den Akker – in het Nederlands. Trouwens, net vandaag heeft ze met de post haar eerste Engelstalige poëziebundel binnen gekregen: What it is – selected poems, verschenen bij Bloodaxe Books. In het jaar 2000 verhuisde ze naar Utrecht, eerst naar de Kapelstraat, later naar het huis in het centrum waar ze nu woont, niet ver van de Abraham Dolehof – over die plek gaat het gedicht `Te lezen bij sneeuw` uit haar laatste bundel Alles is nieuw: `Een paar hoeken om en je staat in de stilte / op een bodem, tussen oude muren, lagen metselwerk / in zomaar een winter. Uit de tijd gestapt.` Esther Jansma stapt elke dag uit de tijd: naast dichter heeft ze namelijk nog een ander beroep, ze is ook archeoloog. Hoogleraar zelfs: in september hield ze jaar intreerede, `Verhalen van hout`, over haar vak, de dendrochronologie, of `boomtijdkunde` zoals ze het zelf liever noemt – het dateren van hout door het vergelijken van de jaarringen. Tot op het jaar nauwkeurig: zo kan ze van een boom zeggen dat hij uit het jaar 5966 voor Christus stamt. Al in haar eerste bundel legde ze zelf een verband tussen beide vakken: `De dichter die ik zijn wil / de voddenman, verzamelaar van resten, momenten, barsten / in dingen.` Maar nu heeft ze nog een betere definitie van dichten gevonden: `Niet morsen, maar schenken.` Dat is haar motto.`Niet morsen, maar schenken.` Dat motto gaat over meer dan alleen schrijven, vindt ze zelf.

Tekst: Roland Fagel
Dit artikel verscheen in december 2008 in Straatnieuws


< terug