Nieuws LILA - Literaire Ladder Het Utrechtgedicht Verleden Tijd Links Contact / Over SLAU SLAU op Facebook Blijf op de hoogte!
|
Vrouwkje Tuinman
Op de thee...Vrouwkje Tuinman “Ik probeer geen grote gebaren te maken”
De vreemde meneer kijkt rond, wijst theepotten aan en vraagt of ik verzamel. Nee, het loopt alleen maar uit de hand. (uit het speciaal voor kinderen geschreven gedicht Sorry)
Op de grond in haar tuin staat een wit metalen gieterachtig exemplaar, maar dichter, schrijver, journalist én muziekwetenschapper Vrouwkje Tuinman (1974) heeft een collectie van tien theepotten. Dagelijks drinkt ze vier potten zwarte, kruiden- en groene thee. Uit één kopje dat - tijdens de onrust eigen aan het schrijfproces - telkens in de tuin of in de verschillende kamers van haar huis terechtkomt. “Ik drink geen alcohol en kies thee als anderen in het restaurant aan hun wijn slobberen.”
Vrouwkje is onmiskenbaar verslaafd aan thee, maar haar drang om te schrijven is al even evident. “Ik schrijf altijd ergens aan. Ik kan er niet tegen wanneer het denkproces stil ligt. Meestal werk ik aan meerdere dingen en genres tegelijk; een gedicht, een verhaal, een journalistiek stuk of een cursus die ik ontwikkel. Die uiteenlopende denkrichtingen heb ik nodig; de verschillende overpeinzingen voeden elkaar.”
Tuinman schrijft - ‘schijnbaar vind ik dat interessant’ - veelal over sociaal onvermogen. “Ik zie altijd en overal rare, opvallende dingen tussen mensen; vrij vaak in winkels.” De man van de griesmeelpannenkoeken zegt iets tegen mij. De man de bakker. Ik heb hem niet verstaan verdiept in het vooruitzicht van mijn volle maag. Veilig vol hij zegt het nogmaals en ik schaam me. Je laat niet iemand twee keer zeggen jij ziet goed uit. Hij zegt ik mooi. Dat verstaan. Zou hij weten hij is de eerste die tegen mij praat vandaag - nooit spreken met volle mond - dat het de derde pannenkoek is deze week. Hij vraagt of ik getrouwd. (Jij ziet goed uit vandaag uit de bundel Vitrine)
Ook in haar onlangs verschenen roman Buurvrouw - over de gang van zaken in een vervallen flat – komt ‘communicatie die niet lukt’ terug. “Ik vind (mis)communicatie mega interessant, gesprekken die over verschillende schijven gaan.” Het gaat Vrouwkje vooral om de dialoog, om de ‘rituele dansen’ rondom bijvoorbeeld het regelen van stroom; om de weg die het woord aflegt – de vragen en het klagen van de consument bij de woningbouwvereniging, alle conversaties voordat een kapotte lamp eindelijk gerepareerd is.
“Ik wil niet laten zien dat het verschrikkelijk is dat mensen geen licht hebben en tóch hun huur betalen. Ik heb geen boodschap. Ik schrijf niet - vreemd genoeg - omdat ik iets wil vertellen. Ik schrijf om te schrijven, omdat ik het schrijven zelf wil leren. Schrijven is een constant gevecht met mezelf, of ik iets kan of niet. Of het me lukt om in mijn eigen hoofd te vinden wat ik zocht zonder te weten dat ik dát bedoelde.”
Ik moet ontelbare keren mijn sleutel in en uit het slot hebben gedaan voor ik merkte dat ik verdwenen was. (uit de roman Buurvrouw)
“Schrijven is een uitdaging; het is de vraag of je in staat bent het volgende te bedenken, het idee kan vertalen in woorden, in de juiste zinnen. En in mijn geval, in zo min mogelijk woorden. Ik probeer geen grote gebaren te maken.“ ----------------------------------
Eerder verschenen van Vrouwkje Tuinman: Vitrine (poëzie, 2004), Grote Acht (roman, 2005) en Receptie (poëzie, 2007) www.vrouwkje.com
Tekst: Nadine Ancher Dit artikel verscheen in mei 2009 in Straatnieuws.
< terug |