Nieuws LILA - Literaire Ladder Het Utrechtgedicht Verleden Tijd Links Contact / Over SLAU SLAU op Facebook Blijf op de hoogte!
|
de Utrechtse Literaire Canon 24/03/2008
De Stichting Literaire Activiteiten Utrecht presenteert hierbij de Utrechtse Literaire Canon: een `tophonderd` van Utrechtse schrijvers uit alle eeuwen. Bij de samenstelling is gelet op literaire kwaliteit, historisch belang en `Utrechtgehalte`: heeft een auteur in Utrecht belangrijk werk geschreven? Heeft dat werk betrekking op Utrecht? En is of was hij of zij actief in het Utrechtse literaire leven? De canon maakt deelt uit van een veel breder project `Het literaire leven`. De lijst van auteurs die in Utrecht schrijven of schreven is eindeloos lang en telt al bijna duizend namen. Op dit moment zijn er in Utrecht enige tientallen schrijvers actief – met meer of minder succes. Al die informatie wordt de komende jaren verwerkt in een website en te zijner tijd in een boek. Er zullen literaire voettochten worden georganiseerd en literaire tentoonstellingen. Deze canon is een voorstel: wij staan open voor nieuwe informatie en voor (beargumenteerde) voorstellen tot wijziging. Staat iemand naar uw mening te hoog of te laag? Bericht het ons. Mist u iemand? Of staat een auteur er onterecht op? Laat het ons weten. We zijn van plan komend najaar een `canontribunaal` te houden om de canon definitief vast te stellen. Dit canonvoorstel is opgesteld door Slau-redacteuren Hans Heesen en Roland Fagel en door studente Nederlandse literatuur Tiana Sagrawa van de Kraats (stagiaire). De onthulling vond plaats door kunsthandelaar Jan Juffermans, dichteres Hanneke van Eijken, Rosemarijn van de Hulst (kleindochter van W.G. van de Hulst), meesterkok Jon Sistermans, schrijfster Wiegertje Postma, Lucile van Tuyll (verwante van Belle van Zuylen, voorzitter van de Stichting Slot Zuylen), socioloog Paul Schnabel, filmmaker Jos Stelling en Nelleriek Boucher (achterkleindochter van Nicolaas Beets).
Utrecht, Fundatie van Renswoude, 23 maart 2008 info@slau.nl – slau: pb 274 - 3500 AG Utrecht
1 Janus Secundus (1511-1536) Auteur van de in Utrecht gedrukte Basia, de in het Latijn geschreven `Kusgedichten`, die hem wereldberoemd maakten. Zijn lof werd bezongen door grootheden als Ronsard, Montaigne en Goethe. Ilja Leonard Pfeiffer noemde Janus Secundus en Lucebert de grootste Nederlandse dichters.
2 Belle van Zuylen (1740—1805) Schijfster van romans, toneelstukken en vooral veel brieven – die ze wisselde met de internationale groten van haar tijd, zoals Benjamin Constant, James Boswell en Madame De Staël. Het verzameld werk telt tien delen dundruk; in het Frans, want ze was van adel. Ze groeide op in Slot Oud-Zuilen en woonde `s winters in Utrecht – de docentenkamer van het Schoevers Instituut aan de Kromme Nieuwe Gracht was destijds de balzaal van haar ouderlijk huis.
3 Martinus Nijhoff (1894-1953) Woonde een aantal jaren in Utrecht en schreef hier het lange gedicht Awater – dat de vorm heeft van een wandeling door de Utrechtse binnenstad. Hij schreef het grotendeels op het terras van het vermaarde Café Flora – schuin tegenover de ingang van de Schouwburg. Was hier bevriend met onder andere Cola Debrot (nummer 42), Jan Engelman (nummer 41) en schilder Pyke Koch. Kwam ook daarna nog geregeld terug in Utrecht vanwege zijn relatie met Josine van Dam van Isselt, lerares Klassieke talen aan het Stedelijk Gymnasium.
4 Gerrit Achterberg (1905-1962) Een van de grootste dichters uit de Nederlandse literatuur. Bezocht van 1920 tot 1924 de Jan van Nassaukweekschool aan de Nieuwe Gracht (nr. 94-96) en woonde toen in Utrecht bij familie. Van 1934 tot 1937 werkte hij als ambtenaar in Hoofdgebouw I van de Spoorwegen in het Moreelse Park, belast met de documentatie van kalveren. Op 15 december 1936 vermoordde hij zijn hospita Roel van Es, Boomstraat 20 bis. Via haar dochter Bep kwam pas enkele jaren geleden de ware toedracht naar buiten. Achterberg gaf zichzelf aan bij de politie en werd daarna opgesloten in het Huis van Bewaring in de Gansstraat. Na een half jaar werd hij vrijgelaten, met een hoofd vol gedichten.
5 Jacobus Bellamy (1757-1786) Studeerde theologie in Utrecht, en woonde er maar vijf jaar, tot aan zijn ontijdige dood op 28-jarige leeftijd. Maar in die korte periode is wel zijn hele productie samengebald. Zijn eerste dichtbundel Gezangen mijner jeugd verscheen hier. Ook werd hij in Utrecht hoofdredacteur van het vriendentijdschrift Proeven voor het verstand, den smaak en het hart,richtte hij De Poëtische Spectator op, schreef hij zijn bundel Vaderlandsche gezangen van Zelandus en de bekende romanze Roosje. Hij was zeer actief in de patriottenbeweging.
6 H. Marsman (1899-1940) De dichter Hendrik Marsman, geboren te Zeist, maakte in Utrecht zijn rechtenstudie af en werkte er, na zijn huwelijk, een aantal jaren als advocaat – zie de plaquette op de gevel van zijn kantoor, Domstraat 8. Met enkele onderbrekingen woonde hij ongeveer tien jaar in Utrecht, van 1926 tot 1936. Het laatste jaar lunchte hij elke vrijdag met Martinus Nijhoff. Veel contact had hij ook met de auteurs rond het katholieke tijdschrift De Gemeenschap. Hij schreef een aantal gedichten over de stad, bijvoorbeeld over de Nieuwe Gracht. Zijn cyclus `Tempel en kruis` is vrijwel geheel van strofe tot strofe na te lopen in Utrecht.
7 C.C.S. Crone (1914-1951) Tien verhalen en drie novellen schreef de meest Utrechtse van alle Utrechtse schrijvers, samen goed voor 150 pagina`s. Kleiner kan een oeuvre haast niet zijn. Maar het uiterst precieze, geconcentreerde, persoonlijke en strak gecomponeerde proza waaruit dit kleine oeuvre bestaat, bezorgde de naamgever van de literaire prijs van de Gemeente Utrecht een blijvende plaats in de Nederlandse letteren.
8 Dirkje Kuik (1929-2008) Utrechts schrijfster en beeldend kunstenaar. Begon haar carrière als William D. Kuik en veranderde later – in 1979 - van voornaam en geslacht. Beschikt over haar eigen `Kunstzaal Dirkje Kuik` aan de Springweg. Zeer getalenteerd dichter. Vooral bekend vanwege haar historische romans die vaak spelen in de Napoleontische tijd en die zij zelf illustreerde. Ongeëvenaard in het oproepen van de sfeer van het oude Utrecht, bijvoorbeeld in het veel te onbekende Utrechtse notities.
9 J.C. Bloem (1887-1966) De man die `domweg gelukkig in de Dapperstraat` was, maar overal elders somber en zwartgallig, zette tijdens zijn rechtenstudie in Utrecht zijn eerste schreden op het dichterspad met bijdragen aan de Utrechtse studentenalmanak onder de pseudoniemen Z.D., E. F. Bloem en Ego Flos. Op zijn oude dag vereeuwigde hij de Domstad in het schitterende gedicht `Utrecht: bemuurde weerd`: `Het water stroomt nog door dezelfde sluis / Als toen, en maakt het eendere geruisch. // De huizen, aan de waterkant daarneven, / Zijn feitelijk ook onaangerand gebleven. // Alleen nabijer is,voor wie ze ontvlood, / De zekerheid van de imminente dood.`
10 Hieronymus van Alphen (1746-1803) Werd met zijn tussen 1778 en 1782 in Utrecht geschreven drie bundels Kleine gedigten voor kinderen, die bij elkaar 66 gedichten bevatten, de eerste Nederlandse kinderdichter. De plek waar Jantje eens `pruimen, o! als eieren zo groot` zag hangen, is nog steeds te zien: in de achtertuin van het huis aan de Trans waar Van Alphen gewoond heeft.
11 Ingmar Heytze (1970) Dichter met zeer hoog Utrechtgehalte. Verhuisde van Tuindorp naar de binnenstad – en zwierf daar verder. Al jaren de onofficiële stadsdichter. Schrijft wekelijks een Utrecht-gedicht in AD-UN. Bevlogen bevorderaar van jong poëtisch talent. Verlaat de stad en naaste omgeving slechts in uiterste noodzaak. Schrijft de laatste jaren ook korte prozateksten. Groot bewonderaar van schrijverkunstenaar Alain Teister (nummer 37).
12 W.G. van de Hulst (1879-1963) Utrechts onderwijzer-auteur van ruim honderd protestantse kinderboeken als In de soete suikerbol, Rozemarijntje en Peerke en zijn kameraden, waarmee hij een stempel drukte op schrijvers uit protestantse hoek als Maarten `t Hart, Gerrit Krol en Nicolaas Matsier. Van Van de Hulsts boeken zijn ruim 13 miljoen exemplaren verkocht. Bernlef: `Laat er geen twijfel over bestaan: W.G. van de Hulst was en is een groot kinderschrijver.`
13 A. Alberts (1911-1995) Auteur van vuistdikke historische boeken en kaasplankdunne (historische) romans. Volgde in Utrecht een universitaire opleiding tot koloniaal ambtenaar aan de zogenaamde `Olie-faculteit` van de befaamde professor Gerretson (de dichter Geerten Gossaert, zie no 31) en schreef daarover in zijn schitterende Utrechtse herinneringen. Was tot kort voor zijn dood vrijwel dagelijks te zien in de Utrechtse universiteitsbibliotheek, sjouwend met enorme stapels historische atlassen. Net als C.C.S. Crone een `meester in het weglaten`. Zijn debuutroman De bomen is gebaseerd op zijn mislukte ontgroening bij het Utrechts Studenten Corps. Vond daarna diverse geestverwanten bij Unitas, met wie hij studententoneel speelde: Vroman (nr. 19) en Koolhaas (nr. 15).
14 Manon Uphoff (1962) Groeide op in een groot en geheimzinnig gezin in de Damstraat (Lombok). Schrijft macabere verhalen in glashelder proza. Schreef ook novellen en romans. Woonde enige tijd in Nieuwegein, maar voltooide haar eerste verhalenbundel Begeerte pas na terugkeer in Utrecht. Eerste winnaar van de C.C.S. Croneprijs. Redacteur van De Revisor.
15 Anton Koolhaas (1912-1992) Geboren en getogen in Utrecht. Zeer productief schrijver van dierenverhalen en dierenromans – ontwikkelde eigenlijk een geheel eigen soort roman, waarin zowel dieren als mensen optreden als personage. Was bij leven zeer veel gelezen en raakte na zijn overlijden pijlsnel in vergetelheid. Wordt zeker ooit herontdekt. Was bevriend met Vroman (nr.19), Alberts (nr. 13), Nijhoff (nr. 3), Engelman (nr. 41) en Marsman (nr. 6). Regisseerde in Utrecht studententoneel en schreef voor Utrechtsch Dagblad, onder de bezielende leiding van P.H. Ritter jr. (nr.95).
16 Suster Bertken (1426-1514) Bertha Jacobsdochter, kloosterzuster die 57 jaar in een minuscule kluis tegen de Buurkerk woonde. In die kluis schreef zij een bescheiden doch destijds geliefd oeuvre van religieuze teksten, zoals gebeden en liedjes en een dialoog tussen de minnende ziel en bruidegom Jezus. Een gedenksteen in het plaveisel van de Choorstraat markeert de plek van de kluis.
17 Gerard Bilders (1838-1865) In Utrecht geboren schilder-schrijver die, ondanks zijn vroegtijdige dood op 26-jarige leeftijd, als wegbereider voor de Haagse School een stempel op de schilderkunst wist te drukken. Zijn dagboek, door de SLAU en uitgeverij IJzer uitgegeven onder de titel Zo ben ik nooit eens gelukkig en zijn brieven maken hem tot een van de belangrijkste schrijvers van de Nederlandse Romantiek. Gerrit Komrij: `Gerard Bilders is als schrijver een natuurtalent.`
18 Charlotte Mutsaers (1942) Schrijfster van een eigenzinnig en volstrekt origineel oeuvre van twaalf boeken, zowel romans als essays. Daarnaast ook actief als beeldend kunstenaar. Geboren en getogen in Utrecht. `Ik ben opgegroeid aan de voet van de Dom in Utrecht. Elk kwartier klonk het carillon, vaak deuntjes uit Valerius` Nederlandtsche Gedenckclanck. De melodie daarvan speelde ik uit mijn hoofd na met een houten hamertje op een xylofoon.`
19 Leo Vroman (1915) Studeerde kort voor de Tweede Wereldoorlog in Utrecht biologie. Ontmoette daar zijn sindsdien onafscheidelijke Tine en wisselde op een bankje onder Sterrenwacht Sonnenborgh met haar de eerste zoen – een zoen die bijna zestig jaar later zijn weerslag vond in het lange gedicht `Ode` uit de bundel Psalmen (1996): `mijn hete zoen / op je wang van nu en toen`.
20 Anna Maria van Schurman (1607-1678) Eerste vrouwelijke studente van de Utrechtse universiteit. De strenge calvinist Voetius liet speciaal voor haar een nis met gordijn aanleggen in de collegezaal zodat haar aanwezigheid de mannelijke studenten niet zou afleiden. Schreef gedichten in diverse talen, zoals Frans, Latijn, Nederlands en Hebreeuws, onder andere een loflied op de Utrechtse universiteit dat haar internationale waardering bracht en waarin zij haar seksegenoten aanspoorde tot studie, alsmede het beroemde `O Utrecht, lieve stadt, hoe soud ick u vergeeten` – eigenlijk een briefgedicht dat alleen bestemd was voor haar vriendenkring. 21 Stephan Enter (1973) Vertrok uit Barneveld om in Utrecht te komen studeren en schreef hier sindsdien drie boeken, waarvan er twee op de shortlist en een op de longlist van de Librisprijs zijn beland – een unieke prestatie. Lieveling van veel literaire critici en door velen beschouwd als een van de grote nieuwe talenten van de Nederlandse literatuur. Zijn tweede boek, de roman Lichtjaren, speelt vrijwel geheel in de stad Utrecht en de naaste omgeving. De oplettende lezer herkent vrijwel alle locaties: schermclub, conservatorium, Janskerkhof. Door Rudy Kousbroek bestempeld tot de beste Nederlandse auteur van dit moment.
22 Th. A. Sontrop (1931) Niet geboren, maar wel getogen in de Domstad, vanaf zijn tweede. Als nachtelijk sorteerder bij de posterijen omringd door andere jonge genieën in de dop, zoals filosoof Jaap Mansfeld, tekenaar Peter Vos en uitgeeftycoon Pierre Vinken. Debuteerde als dichter in 1963 met de bundel Langzaam kromgroeien, die hem direct erkenning bracht. Resideerde aan de Kromme Nieuwe Gracht, te midden van met boeken volgestapelde sinaasappelkistjes. Later directeur van de gerenommeerde uitgeverij De Arbeiderspers (1971-1993). Is auteur van het prachtige Utrechtgedicht `Swift`s Utrecht`: `Maar een toren door bussen doorboord / vervult ook een bruut nog met weerzin`. Poeta doctus met klein maar hoog aangeslagen oeuvre. Groot kenner van de internationale poëzie. Strooit kwistig met scabreuze kwatrijnen.
23 Clare Lennart (1899-1972) Romanschrijfster en journaliste. Pseudoniem van Clara Helena Klaver. Woonde vanaf de zomer van 1926 op een zolderkamer in pension Wittevrouwensingel 14. Moest twee jaar later wegens haar relatie met een getrouwde man ontslag nemen als onderwijzeres aan de openbare lagere school De Kievit in Lombok. Combineerde vanaf dat moment haar werk als schrijfster en journaliste met activiteiten als pensionhoudster. Koos vaak vreemde kostgangers, zoals de Chinese meneer Tang, die zijn etage omtoverde in een bordeel annex speelhol. Woonde vanaf 1941 tot haar dood op het adres Zuilenstraat 10 bis – waar ze tijdens de oorlog vele onderduikers opving. Schreef als een van de weinige Nederlandse auteurs twee maal het boekenweekgeschenk (in 1949 en in 1955). Van haar destijds veelgelezen en veelgeprezen oeuvre - dat gloedvolle evocaties van het oude Utrecht bevat - is niets meer in druk.
24 Georgius Macropedius (1487-1558) Joris van Lanckvelt uit Gemert was – onder zijn vergriekste en verlatiniseerde naam - van 1530 tot 1557 rector van de Latijnse school in Utrecht, de Hiëronymusschool. Hij schreef zelf – in het Latijn natuurlijk – de toneelstukken die zijn leerlingen moesten opvoeren, plus nog een aantal schoolliederen. Zijn werk is van groot belang voor de geschiedenis van het toneel in Nederland – en ook voor de geschiedenis van het onderwijs. Bovendien schreef hij een prachtig loflied op de stad Utrecht.
25 Ronald Giphart (1965) Als een wervelstorm raasde `Giph` in de jaren negentig door het ingeslapen literaire leven van de Domstad. Als iemand Utrecht literair weer op de kaart heeft gezet is hij het. Giphart is het boegbeeld van de Utrechtse letteren. Vijf romans publiceerde hij tot nu toe, die een groot en doorgaans jong lezerspubliek vonden, plus een jaardagboek in de prestigieuze serie Privé-domein. Diverse van zijn boeken zijn verfilmd. En daarnaast schreef hij nog talloze andere teksten: verhalen, columns, recensies – vaak weer gebundeld in boekvorm. De laatste tijd legt hij zich ook toe op scenario`s voor film en televisie. Bekroond met de tweede C.C.S. Croneprijs. Zijn boeken spelen herkenbaar in Utrecht.
26 Kees Ouwens (1944-2004) Poet`s poet. Dichter van een eigenzinnig en gesloten oeuvre, bekroond met de VSB-poëzieprijs. Geboren in Zeist, maar zijn gehele volwassen leven woonachtig in Utrecht (Overvecht). Leidde een verlegen en teruggetrokken leven – maar trad wel een keer op in de Nacht van de Poëzie. Meed toen het spreekgestoelte en schuifelde naar de rand van het podium, waar hij zijn verzen onbevangen voordroeg, alsof er niemand in de zaal zat, alsof hij door een park liep.
27 Guillaume van der Graft (1920) Guillaume van der Graft is het literaire pseudoniem van de Utrechtse dichter en predikant Willem Barnard. Hij woont sinds 1978 in Utrecht. Van der Graft is een pure lyricus: het lijkt alsof zijn poëzie hem zomaar komt aanwaaien – welhaast tot jaloezie van zijn zoon, dichter en essayist Benno Barnard. Zijn verzameld werk is vuistdik; hij stelde er onlangs een nieuwe keuze uit samen. Barnard is al ruim zestig jaar bevriend met zijn Utrechtse collega-dichter Ad den Besten (nr. 67). Ondanks zijn hoge leeftijd schrijft Barnard gewoon verder. De eerste maanden van het jaar 2008 zorgden voor alweer 25 nieuwe gedichten.
28 Justus van Effen (1864-1735) In Utrecht geboren grondlegger van de Nederlandse spectatorbeweging en vader aller Nederlandse columnisten. In 1731 richtte hij De Hollandsche Spectator op, waarvan in vijf jaar 360 nummers verschenen. Het succes was enorm. Van Effen leverde er vertogen, schetsen en verhalen voor en schreef het blad vrijwel in z`n eentje vol; met inbegrip van de ingezonden brieven.
29 Jan Emmens (1924-1971) Utrechts dichter en hoogleraar Kunstgeschiedenis. Zeer actief in het Utrechtse literaire leven van zijn tijd. Begenadigd essayist en aforist. Groot Rembrandtkenner. Lid van grafisch gezelschap De Luis. Vormt samen met Sontrop (nr. 22) en Kuik (nr. 8) de zogenaamde `Utrechtse school` in de poëzie. Mede-oprichter van Tirade. Als dichter - ondanks een prachtig postuum verzameld werk, uitgegeven door zijn vriend Geert van Oorschot - nog steeds miskend. `Hij is een beetje een negatieve, balorige Vasalis en zou haar, en Judith Herzbergs, populariteit verdienen` (Anton Korteweg).
30 Elisabeth Maria Post (1755-1812) In Utrecht geboren schrijfster die in 1788 debuteerde met de roman Het land, in brieven, over de tegenstelling stad versus platteland. Het boek maakte haar in één klap `de lievelinge des beschaafden publieks` en is, als een ware klassieker, tot op de dag van vandaag verkrijgbaar.
31 Geerten Gossaert/F.C. Gerretson (1884-1958) Utrechts dichter en hoogleraar Indologie. Gevreesd polemist. Dichter van slechts één enkele bundel, Experimenten, die bij elke van de vele herdrukken wijzigde en werd aangevuld. Hypersensueel en erudiet taalkunstenaar. Bewonderd door Hafid Bouazza, die een bloemlezing van zijn poëzie samenstelde. Woonachtig op Janskerkhof 11, in een huis waar de studenten moesten aanbellen om tentamen te mogen doen – maar de bel rinkelde niet en deed slechts een rood lampje ontgloeien boven de professorale schrijftafel. Men diende te wachten tot de hooggeleerde opkeek van zijn schrijfblad. Het kon even duren.
32 Hagar Peeters (1972) Studeerde cultuurgeschiedenis in Utrecht en trok in 1997 sterk de aandacht met haar muzikaal begeleide podiumpoëzie. Debuteerde pas twee later met de bundel Genoeg gedicht over de liefde vandaag. Zeer geprezen in de literaire kritiek en vaak bekroond. Schreef ook een boek (oorspronkelijk haar doctoraalscriptie) over een beroemde boef: Gerrit de Stotteraar.
33 Jacob Vosmaer (1783-1824) In Utrecht overleden auteur van De kunst om lang te leven en wel te sterven en de humoristische roman (en op Sterniaanse wijze tevens non-roman) Het leven en de wandelingen van Meester Maarten Vroeg, beide postuum verschenen. Volgens handboekschrijver Knuvelder verantwoordelijk voor `de eerste belangrijke uiting van humor - altijd binnen Hollandse proporties`.
34 Esther Jansma (1958) Archeoloog en dichteres. Woont nog niet heel erg lang in Utrecht, maar schreef hier al wel haar bundel Alles is nieuw. Een van de weinige dichters die ooit van Amsterdam naar Utrecht verhuisde, de zuigkracht van die nieuwe stad bleek volgens haarzelf al op haar tiende, toen ze een vluchtpoging richting Utrecht ondernam: lopend over een vluchtstrook. Ook haar verzameld werk verscheen in deze Utrechtse jaren. Samen met echtgenoot Wiljan van den Akker vertaalde ze de poëzie van de Amerikaanse dichter Mark Strand.
35 J.J.L. ten Kate (1819-1889) Voordat dominee-dichter Ten Kate `de koning van de cantate` werd, zoals Cornelis Paradijs alias Frederik van Eeden hem spottend noemde, was hij een rebelse dichter-student die tijdens zijn studiejaren in Utrecht samen met Anthony Winkler Prins (die van de Encyclopedie) het beruchte satirische blad Braga uitgaf, `het tijdschrift heel in rijm` dat van 1842 tot 1844 de vaderlandse Zangberg teisterde. En zijn verzen uit die tijd zijn nog even fris als toen.
36 Ina Boudier-Bakker (1875-1966) Romanschrijfster die het grootste deel van haar lange leven in Utrecht woonde, waar haar man directeur van het postkantoor was. `Grande dame` in de Utrechtse letterenwereld die in haar werk mededogen vroeg voor het leed van het proletariaat en daar stormachtig succes mee boekte. De enige Nederlandse auteur die al bij leven een straat naar zich vernoemd kreeg. Sinds 1928 woonde Boudier-Bakker op Oude Gracht 333, waar ze haar bekendste werk De klop op de deur (1930) schreef, dat later met veel succes bewerkt werd tot televisieserie.
37 Alain Teister (1932-1979) Pseudoniem van Jacques Boersma. Dichter, schrijver, schilder en graficus, criticus en columnist. Lid van de befaamde Utrechtse kunstenaarsgroep De Luis, waartoe ook Kuik (nr. 8), Emmens (nr. 29), Sontrop (nr. 22) en tekenaar Peter Vos behoorden, en toch een typische eenling. Schepper van een merkwaardig, onvergelijkbaar, licht surrealistisch oeuvre.
38 Pieter Boddaert jr. (1766-1805) In Utrecht geboren en begraven losbol, dronkelap, schuinsmarcheerder, bajesklant en non-valeur, die de geschiedenis inging als `de vieze Boddaert`, omdat hij zijn literaire talent inzette voor het schrijven van schunnige verzen, in 2006 door de SLAU i.s.m. uitgeverij IJzer uitgegeven onder de titel Aan de tedere Kunne. Nicolaas Beets noemde hem `de liederlijkste van alle menschenkinderen die ooit de kuische negen [muzen] gediend hebben`.
39 Ruben van Gogh (1967) Sprong in Groningen naar de sterren en landde in Utrecht. Zoekt als dichter graag het experiment met de vorm. Schrik niet als zijn verzen in het wit zijn uitgespaard op zwarte pagina`s, of als er andere teksten doorheen lijken te zijn geschreven. Deze dichter ziet de poëzie als een vorm van beeldende kunst. Actief in het Utrechtse culturele leven. Schreef ook een musical voor bloembollenkinderen.
40 J.B. Christemeijer (1784-1872) J.B. voor Jan Bastijaan. Nederlandse vroegste true-crime-auteur, werkzaam bij het provinciaal bestuur van Utrecht. Publiceerde zijn eerste bundel op historische bronnen gebaseerde misdaadverhalen in 1819, 14 jaar voor Edgar Allen Poe zijn eerste detectiveverhaal publiceerde, en is daarmee mondiaal een van de grondleggers van het genre.
41 Jan Engelman (1900-1972) Geboren en getogen in Utrecht. Beroemdste gedicht `Vera Janacopoulos` vloeide hem aan na een concert van een destijds fameuze Griekse zangeres in de voormalige concertzaal Tivoli. Woonde met Nijhoff en Pyke Koch in het kunstenaarshuis Oude Gracht 341. Voerde het verzet aan tegen het dempen van de Utrechtse singels. Verhuisde kort voor zijn dood naar Amsterdam. Schreef twee fraaie Utrechtgedichten en was actief in het culturele leven van de stad, als journalist en als voorzitter van Kunstliefde.
42 Cola Debrot (1902-1981) Antilliaans auteur, bestuurder en diplomaat. Studeerde hier rechten van 1921 tot 1925 en had veel contact met Jan Engelman en Albert Helman. Met schilder Pyke Koch woonde hij een tijd in een studentenhuis boven sigarenmagazijn Het Vosje in de Nobelstraat, later in het befaamde kunstenaarshuis Oude Gracht 341: `als ik `s nachts naar huis liep, hoorde ik tussen het Janskerkhof en het Domplein onderaardse stemmen die spraken van liefde en verlangen, van verdriet en tranen. Het waren waarschijnlijk de stemmen van de Romeinen. Je werd er wel melancholiek van.`
43 Jan Arends (1925-1974) Dichter-huisknecht. Verbleef van 1968 tot 1972 geregeld in de Willem Arntsz- Stichting. Zijn beroemdste verhaal `Keefman` verscheen in 1971 voor het eerst in het personeelsblad van dit instituut. Beschouwde zijn Utrechtse jaren als zijn meest gelukkige.
44 Geert van Istendael (1947) Brussels dichter en essayist. Geboren en getogen in Utrecht – tot zijn zesde. Schrijft geregeld over zijn gelukkige jeugdjaren in Oog in Al en is de stad nog steeds dankbaar dat hij hier leerde spreken. Schreef ook een lang Utrechtgedicht.
45 Alijt Bake (1415-1455) De eerste vrouw die een autobiografie in het Nederlands schreef. Bake, geboren in Utrecht, beschrijft in Mijn beghin ende voortganck het laatste deel van haar leven als prior in het regularissenklooster Galilea in Gent. Het eerste deel, getiteld Dat boeck der tribulatien, waarin onder meer haar Utrechtse jaren moeten zijn beschreven, is helaas verloren gegaan.
46 Erich Wichman (1890-1929) Schrijver, beeldend kunstenaar en activist. Geboren en getogen in Utrecht, doch al in de eerste klas verwijderd van het Stedelijk Gymnasium vanwege het betreden van de klas met een geladen pistool. Enthousiast corpslid en dandy. In De tang en het varken tekende hij zijn portret van de Domstad, in een mengeling van proza en poëzie. Bevriend met Marsman. Stapte van het anarchisme over op het Italiaanse fascisme. Ging jong genoeg dood om niet al te fout te eindigen.
47 Arthur Japin (1956) Verruilde het Eeuwige Rome voor een stulpje in de schaduw van de Domtoren en schrijft daar zijn zeer succesvolle (historische) romans, zoals De zwarte met het witte hart. Ook zijn boekenweekgeschenk ontstond in de Domstad. Was eerst acteur en kan zijn eigen proza dan ook meesterlijk voordragen. Op dit moment zonder enige twijfel de best verkochte auteur van Utrecht. Bekroond met de derde C.C.S. Croneprijs.
48 Nicolaas Beets (1814-1903) Sinds 1854 woonachtig in Utrecht, als dichter, predikant, hoogleraar kerkgeschiedenis en ethiek – en ook als huisvader van een groot gezin. Bij leven zeer geliefd en vereerd: bij zijn zeventigste verjaardag werden trams en de straat waar hij woonde (de Boothstraat tussen Janskerkhof en Voorstraat, nu Beetshuis) met vlaggen versierd. Dichtte over van alles, ook over de aanleg van de waterleiding in Utrecht. Gold als groot pedagoog. Zijn beroemdste prozaboek, de Camera Obscura, speelt echter in zijn eerdere woonplaats Haarlem.
49 Arnoldus Buchelius (1565-1641) Dankzij een geweldige hoeveelheid brieven, dagboeken, gedichten en notities is hij wellicht de best gedocumenteerde Utrechtse auteur aller tijden. Bij zijn leven is niets van hem gepubliceerd. Zijn werk, grotendeels in het Latijn geschreven, is een belangrijke bron voor het dagelijks leven in Utrecht in het tijdvak van de reformatie. Ondanks enige publicaties is het eigenlijk nog nauwelijks ontsloten.
50 Johan Brouwer (1898-1943) Pleegde bij wijze van ethisch experiment een moord op een misdadiger en ontwikkelde zich daarna in de gevangenis tot toonaangevend hispanist. Auteur van historische romans en kenner van Spanje en de Spaanse mystiek. Woonde na zijn vrijlating in 1929 enige tijd in Utrecht en later opnieuw, van 1939 tot 1941. Publiceerde onder het pseudoniem Johannes Geerlinck een van de ultieme Utrechtromans: Vandaag geen spreekuur, waarin een geheimzinnige arts vreemde wetenschappelijke experimenten uitvoert, in de crypten en werfkelders van een middeleeuwse, benauwde `stad van verborgen verderf`; om onbegrijpelijke redenen nog steeds niet verfilmd door Jos Stelling. Door de Duitsers ter dood gebracht vanwege zijn verzetswerk.
51 Mark Boog (1970) Dichter en prozaschrijver. Gespecialiseerd in alledaagse wanhoop – op een lichte toon verwoord. Geboren in Utrecht (Overvecht), de stad waar hij ook weer woonde van 1993 tot 2001 en toen zijn eerste dichtbundel Alsof er iets gebeurt schreef, zijn eerste roman De vuistslag en het grootste deel van zijn tweede dichtbundel. Vanaf 2003 schrijft hij doorgaans van maart tot oktober in een volkstuin aan de rand van Utrecht. Daar kwamen De encyclopedie van de grote woorden, Alle dagen zijn van liefde en Ik begrijp de moordenaar tot stand. Veel geprezen en vaak bekroond auteur: C. Buddingh`prijs en VSB-poëzieprijs.
52 L.Th. Lehmann (1920) Dichter. Studeerde in Utrecht klassieke talen. Lehmanns poëziedebuut verscheen in mei 1940. Geen goed gekozen moment. Sterker nog, er verschenen die maand twee poëziebundels van hem. Door Vestdijk en Ter Braak bejubeld. Ook werkzaam als scheepsarcheoloog. Begaafd operazanger en groot kenner van Antilliaanse muziek – hij verzorgde jarenlang een platenrubriek in het radioprogramma `De avonden`. Schonk de stad een paar fraaie Utrechtgedichten.
53 Petronella Moens (1762-1843) Blinde schrijfster. Betrok in 1821 twee gemeubileerde kamers aan de Oude Gracht, met een dienstbode en een schrijfjuffrouw aan wie ze haar werken dicteerde. Woonde de laatste twintig jaar van haar leven in Utrecht. Enige vrouw in het literaire genootschapsleven van haar tijd: haar handicap bleek een taboedoorbrekend wapen. Haar oeuvre is doortrokken van godsdienstigheid.
54 Arjaan van Nimwegen (1947) Kenner van de Utrechtse letteren, uitgever-in-de-marge, boekhandelaar, criticus, dichter (onder het pseudoniem Arie Niemeijer) en vertaler, alsmede auteur van een drietal in Utrecht gesitueerde romans: Van Tol kijkt om, Welkom thuis en Huisgenoten.
55 Isaak van Rennes (1844-1904) Utrechtse journalist, tevens razend populair correspondent voor De Groene en de NRC, waarvoor hij pre-Carmiggeltiaanse, van humor en melancholie doordrenkte schetsen schreef, vaak opgetekend uit de mond `van ieder, dien hij maar met `n sigaar of `n biertje kon aan `t praten krijgen`. Dat leverde bundels op als In huis en op straat en Om ons heen.
56 Wessel te Gussinklo (1941) Prozaschrijver, geboren in Utrecht, waar hij psychologie studeerde en enige tijd werkte als psychotherapeut. Debuteerde in 1968 met de roman De verboden tuin, bekroond met de Anton Wachterprijs. Ook zijn tweede roman, De opdracht, viel in de prijzen: F. Bordewijkprijs en Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Zijn werk is gedreven en beklemmend; zijn personages voelen zich bedreigd door de buitenwereld maar weten zich daar toch superieur aan.
57 Marjolijn Februari (1963) Schrijfster, academica en Volkskrant-columniste. Groeide op in Utrecht waar ze het Stedelijk Gymnasium bezocht en in zes jaar tijd afstudeerde in drie studierichtingen: filosofie, kunstgeschiedenis en rechten. Promoveerde op een proefschrift over economische theorie dat soms ook verdacht veel lijkt op een roman: Een pruik van paardenhaar & over het lezen van een boek. Mag zich in academische kringen dus presenteren als Dr.mr.drs. M.Drenth von Februar. Debuteerde zeer jong met de roman De zonen van het uitzicht; de tweede verscheen pas in 2007: De literaire kring.
58 Jodocus van Lodenstein (1620-1677) Utrechts dichter en predikant. Geestverwant van Gisbertus Voetius. Zijn werk wordt nog steeds gelezen en druk bestudeerd door aanhangers van de zogenaamde `nadere reformatie`. Bleef altijd ongehuwd en kocht een riant landhuis met enorme tuin aan de voet van de Maliebaan genaamd `Het Park` (ter hoogte van Maliesingel 24-25): de naam `Parkstraat` getuigt daar nog steeds van. Geldt als de reformatorische evenknie van P.C. Hooft; zijn bundel Uyt-spanningen is veelvuldig herdrukt. Naast vele geestelijke werken staan er ook pittige puntdichten in, waar ook de wat `lochtere` lezer nog volop van kan genieten.
59 Fré Dommisse (1900-1971) Debuteerde op haar 18e met verhalen in het Utrechts Nieuwsblad, maar maakte haar werkelijk debuut in 1929 met de autobiografische roman Krankzinnigen, waarin ze haar jarenlange opname in de Willem Arntsz-Stichting beschreef. Het boek werd jubelend ontvangen, baarde veel opzien en werd later veel gebruikt in verpleegopleidingen.
60 Thea Beckman (1923-2004) Schrijfster van historische jeugdromans. Woonde na de Tweede Wereldoorlog ongeveer tien jaar in Utrecht, tot ze in 1956 naar Bunnik verhuisde. In 1947 publiceerde zij haar eerste verhaal. Een aantal van haar boeken speelt in Utrecht: Stad in de storm (1989) en De val van de Vredeborch (1988).
61 Bruno Daalberg (1758-1818) Eigenlijke naam: Petrus de Wacker van Zon. Schrijver van satirische verlichtingsromans als Jan Perfect of De weg der volmaking vol verwikkelingen en avonturen in de stijl van Jonathan Swift en Tobias Smollett, en daarmee een van de grondleggers van de Nederlandse roman. Daarnaast hoofdredacteur van het Utrechtse satirische tijdschrift Janus. Ontzag zich niet een door hemzelf uitgegeven en volgeschreven weekblad De Prullenmand te noemen.
62 Gabriël Smit (1910-1981) Rooms-katholiek Utrechts dichter en journalist. Was ook chef kunst van de destijds nog katholieke Volkskrant en redacteur van uitgeverij Het Spectrum. Geboren in de Zadelstraat, waar zijn vader schoenlapper was. Collaborateur - `correspondent` van de Kultuurkamer. Herdichtte de psalmen en schreef – naast veel religieuze poëzie - ook veel gedichten over Utrecht.
63 Hendrik Cramer (1884-1944) Utrechts surrealist, die zowel in het Nederlands als in het Frans schreef, in Parijs woonde en daar in contact stond met figuren als René Daumal, Michel Leiris en Ramón Gómez de la Serna. Mede-oprichter van het surrealistische tijdschrift Le Grand Jeu.
64 Pieter Harting (1812-1885) Briljant Utrechts professor in de medicijnen, biologie, geologie, wis-, natuur- en scheikunde. Tevens, onder de naam Dr. Dioskorides, schrijver van de utopie Anno 2065; een blik in de toekomst, en onder zijn eigen naam auteur van schitterende memoires, getiteld Mijne herinneringen.
65 James Boswell (1740-1795) Beroemd Brits auteur die enige tijd in Utrecht studeerde en daar een hilarisch dagboek bijhield, dat onlangs ook in het Nederlands is vertaald. Was wanhopig verliefd op Belle van Zuylen (nummer 2) en correspondeerde met haar.
66 C.L. Schuller tot Peursum (1813-1860) Schrijver van een los en anoniem gepubliceerde reeks Utrechtsche Brieven, die vanaf 13 juli 1839 wekelijks verschenen. De jonge advocaat Christiaan Lodewijk Schuller tot Peursum volgde als een luis in de pels de Utrechtse gemeentepolitiek, en had daarnaast ook oog voor de Utrechtse kermis, de Utrechtse meisjes en andere zaken van algemeen belang.
67 Ad den Besten (1923) Utrechts dichter. Zijn vader dreef enige tijd samen met Marsman (nr.6) een advocatenkantoor. Bevriend met Van Baaren (nr. 71) en Barnard (nr. 27). Debuteerde al op zijn 17e in het tijdschrift Opwaartsche Wegen en was van groot belang als bloemlezer door de bundel Stroomgebied die hij in 1953 samenstelde en de door hem geleide reeks `De windroos`, waarin veel jonge dichters debuteerden, onder wie Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Simon Vinkenoog, Hans Andreus, Paul Rodenko, Jan Hanlo enz enz enz. Ook Germanist en vertaler. Dichtte in het laatste oorlogsjaar de sonnettencyclus Lof van Utrecht.
68 Johanna Engela Swellengrebel (1733-1798) Schrijfster, samen met haar zus, van een onlangs uitgegeven reisverhaal over een zeereis van Kaap de Goede Hoop, waar zij werd geboren, naar Texel. Voor zover bekend het enige door vrouwen geschreven en bewaard gebleven dagboek, dat tijdens een VOC-reis is geschreven. Na haar komst naar de Republiek leefde Swellengrebel tot aan haar dood in Utrecht.
69 Bernard Canter (1870-1956) Utrechtse journalist, beeldend kunstenaar en auteur van sociaal bewogen en geruchtmakende documentaire romans als Twee weken bedelaar, waarvoor hij zelf uit bedelen ging, en Op water en brood, een verslag van de celstraf die hij uitzat, nadat hij op principiële gronden geweigerd had een boete te betalen. Canter vertegenwoordigt vrijwel in z`n eentje de Joodse letteren in Utrecht.
70 Tommy Wieringa (1967) Dichter en prozaschrijver. Ook columnist en reisverhalenschrijver. Lange tijd actief in het Utrechtse literaire leven, bijvoorbeeld als redacteur van het Utrechtse literaire tijdschrift Vrijstaat Austerlitz. Schreef ook zijn eerste twee romans in deze stad. Verhuisde daarna naar Weesp en bereikte pas daar grote roem met zijn vierde roman, Joe Speedboot. Duikt echter nog steeds geregeld in Utrecht op.
71 Theo van Baaren (1912-1989) Utrechts dichter, beeldend kunstenaar en samen met zijn vrouw Gertrude Pape oprichter van het legendarische clandestiene surrealistische tijdschrift De Schone Zakdoek, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in één exemplaar verscheen, omdat de Duitse censuur pas actief werd bij een oplage vanaf vijf exemplaren.
72 Jaap Romijn (1912-1987) Kunstredacteur van het Utrechts Nieuwsblad, directeur van uitgeverij Bruna en auteur van een klein en typisch Utrechts oeuvre van half surrealistische en bovennatuurlijke verhalen als `Zo ging de oorlog voorbij`, Rechtvaardiging van Don Juan` en `Nachtlokaal Marie-Louis`, die in de verte aan Apollinaire doen denken.
73 G.J. Mulder (1802-1880) Internationaal gereputeerd Utrechts chemicus, politicus van uiterst conservatieve, monarchistische, Groot-Protestantse signatuur en auteur van een lezenswaardige, met brio geschreven autobiografie, drie jaar na zijn dood gepubliceerd onder de titel Levensschets van G.J. Mulder, door hem zelven geschreven en door drie zijner vrienden uitgegeven.
74 Esther Gerritsen (1972) Studeerde in Utrecht aan de schrijfopleiding van de HKU en trok sterk de aandacht met een aantal prozaboeken en toneelwerken. Haar werk is veelvuldig bekroond en ze geldt als een van de grote talenten van de Nederlandse letteren: `Esther Gerritsen schrijft indringend en toch ook met relativering over de radicale zoektochten van haar figuren. (…) De schrijver heeft een groot talent om te blijven vragen, te blijven onderzoeken, liever hartgrondig twijfelen dan zeker te weten. De jury twijfelde geenszins. Niet alles hoeft gezegd, leren we uit Normale Dagen.` Uit het juryrapport van de Dif/BNG Prijs 2005.
75 Jan Terlouw (1931) Politicus, natuurkundige en kinderboekenschrijver. Arriveerde in 1949 als student in Utrecht en woonde er tot 1974, eerst in de stationsbuurt, in de Westerstraat naast het gesloopte Domhotel, later aan de Tolsteegsingel. Schreef in die jaren zijn bekendste boeken, zoals Oorlogswinter, Pjotr en Koning van Katoren.
76 Arjan Witte (1961) Lange tijd actief in het Utrechtse literaire leven, ook als redacteur van het literaire tijdschrift Vrijstaat Austerlitz. Dichter, muzikant en gedreven performer. Zijn debuutroman Rode zeep speelt in een Utrechtse volksbuurt (Zuilen – waar hij ook jaren woonde), tegen de achtergrond van de neergang van de Utrechtse metaalindustrie.
77 Titi Zaadnoordijk (1960) Dichter, performer en beeldend kunstenaar. Verhuisde op haar achttiende naar Utrecht om biologie te studeren maar verkaste al snel naar de Kunstacademie. Genoot vele jaren lang met volle teugen van het stadsleven. Woonde en werkte twaalf jaar lang op Gansstraat 133. Betrok enige jaren geleden een atelier te midden van de Friese weilanden, aan de rand van een natuurgebied.
78 B.T. Lublink Weddik (1801-1862) In Utrecht overleden humorist, die in de Nederlandse literatuur probeerde aan te haken bij de grote buitenlandse humoristen en satirici. Dit leverde werken op als het door Jean Paul beïnvloede De binnenkamer van een kruidenier en, in de geest van Sterne, een verzameling humoristische schetsen getiteld Oudoom Jakobs Blaauw Zakboekje.
79 Max Dendermonde (1919-2004) Nederlands romanschrijver, die na het enorme succes van De wereld gaat aan vlijt ten onder zijn pen verhuurde aan wie maar wilde. Schreef de grote roman over de bouw van Hoog Catharijne, Bezeten van ruimte en macht.
80 Vrouwkje Tuinman (1974) Lange tijd tweelingauteur met Ingmar Heytze (nr. 11), met wie ze een boek schreef over het taalgebruik van Wim T. Schippers. Zeer actief in het Utrechtse literaire leven. Publiceerde een roman en twee dichtbundels. Bekroond met het C.C.S. Crone-stipendium. Schreef haar hele oeuvre in Utrecht.
81 Gerard Brom (1882-1959) Geboren in Utrecht in een kinderrijk en zeer getalenteerd katholiek gezin. Studeerde eerst medicijnen en stapte daarna over op de studie Nederlands. Schreef een proefschrift over Vondel dat bij medeneerlandici schandaal verwekte omdat het in leesbaar Nederlands was geschreven. Geducht polemist. Geraffineerd stilist van het `rooms-barokke` type. Rekende genadeloos af met de domineedichters, zoals Bernard ter Haar (nr. 87).
82 Koos Meinderts (1953) Utrechts auteur van kinderboeken, zoals Keizer en de verhalenvader, in 2003 bekroond met een Vlag en Wimpel. Inmiddels zijn veel van zijn boeken vertaald. Naast kinderboeken schrijft Koos Meinderts ook boeken voor volwassenen, samen met zanger/cabaretier Harrie Jekkers, met wie hij ook liedjes schrijft voor zowel kinderen als volwassenen. De meeste boeken van Koos Meinderts zijn geïllustreerd door zijn vrouw Annette Fienieg.
83 Ida Gerhardt (1905-1997) Studeerde in Utrecht klassieke talen en oude geschiedenis en ontmoette hier haar levenspartner, de Neerlandica Marie van der Zeyde. Schreef een Utrechtgedicht over het beeldje van Anne Frank op het Janskerkhof. In haar klassieke en vormvaste verzen zijn de tradities van christendom en Grieks-Romeinse oudheid naadloos met elkaar verklonken.
84 P.A. Daum (1850-1898) Woonde van 1871 tot 1876 in Utrecht, als ambtenaar bij de spoorwegen. Publiceerde in die tijd een aantal novellen – voorwerk voor de Indische romans die hij zou schrijven toen hij naar de koloniën was getrokken, zoals bijvoorbeeld Goena Goena (1887).
85 Boudewijn van Houten (1939) Deed in de roman Zoveel lol, een jaar in het studentencorps – later herdrukt als De ontgroening – uitvoerig verslag van het leven van het Utrechtse studentencorps aan het einde van de jaren vijftig, dat hij als corpslid van nabij had meegemaakt.
86 Amoene van Haersolte (1890-1952) Utrechts auteur van een klein oeuvre, bestaand uit romans en novellen. Haar bekendste werk is de bundel Sophie in de Koestraat, waarvoor zij in 1947 – gelijk met Arthur van Schendel – de P.C. Hooftprijs kreeg.
87 Bernard ter Haar (1806-1880) Dichter en predikant. Twintig jaar lang, van 1854 tot 1874, hoogleraar kerkgeschiedenis; woonde in die jaren op Kromme Nieuwe Gracht 18, later 58. Papenvreter van formaat. Auteur van vaak lange dichtwerken met godsdienstige en/of historische strekking, zeer geschikt voor het oefenen van de declamatiekunst en deels ook met dat oogmerk geschreven. Busken Huet merkte op dat vrouwen in zijn verzen vrijwel ontbreken, en bovendien: `Er komt niet één oorspronkelijke of pittige gedachte in voor. [Deze gedichten] doen u blozen noch verbleeken. Alles knutselwerk, dilettantisme, art industriel.` Bij de meeste tijdgenoten ging het er in als Gods woord in een ouderling.
88 P.C. Boutens (1870-1943) Dichter. Kwam in 1890 vanuit Zeeland naar Utrecht om hier Klassieke talen te studeren. Publiceerde zijn eerste vijf gedichten in de Utrechtsche Studenten Almanak van 1892. Ze kwamen later in zijn eerste bundel. Schreef bovendien het clublied van roeivereniging Triton. Verhuisde alweer in 1894 om leraar te worden aan een deftige kostschool.
89 Tjitske Jansen (1971) Dichteres die vanuit Utrecht het hele land stormenderhand veroverde, vooral ook door haar onweerstaanbare voordrachtskunst. Het moest maar eens gaan sneeuwen is het best verkochte poëziedebuut sinds het legendarische Voor wie ik liefheb wil ik heten van Neeltje Maria Min. Het is vrijwel geheel in Utrecht geschreven. Een aantal gedichten speelt zich ook in de stad af, zoals de befaamde klautertocht over de daken.
90 Max de Jong (1917-1951) Een `vergeten` schrijver, wiens Heet van de naald!, een `autobiografie in 91 Kwatrijnen`, een cultstatus bereikte. Debuteerde op zijn 19e als dichter in het Utrechtse studentenblad Vivos Voco en was betrokken bij het surrealistische tijdschrift De Schone Zakdoek. Auteur van een grotendeels ongepubliceerd dagboek waarin hij zichzelf en de mensen uit zijn omgeving scherp portretteerde.
91 Frans de Geetere (1895-1968) Franstalig Vlaams kunstenaar die bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar Utrecht kwam en hier onder invloed van Erich Wichman, Janus de Winter en Theo van Doesburg zijn vormende jaren als schilder beleefde. Hij vertrok in 1920 naar Parijs, waar hij een tumultueus leven leidde met wilde orgiën, Les Chants de Maldoror van Lautréamont illustreerde en twee sterk autobiografische romans en een verhalenbundel publiceerde.
92 H.P.G. Quack (1834-1917) Van 1868 tot 1877 hoogleraar staatswetenschappen in Utrecht, tevens lid van de Raad van Commissarissen van de Spoorwegen. Sterk beïnvloed door de middeleeuwse mystiek. Auteur van een lyrisch en gloedvol standaardwerk over de geschiedenis van het socialisme, in zes kloeke delen. Schreef zeer subtiele en doorleefde literaire essays. Belangrijkste werk is zijn voortreffelijke en zeer sympathieke autobiografie. Redacteur van De Gids.
93 Hélène Nolthenius (1920-2000) Prozaschrijver en hoogleraar Muziekwetenschap, van 1958 tot 1976. Vooral bekend vanwege haar veelgelezen reisessays over Italië en haar sprankelende biografie over Franciscus van Assisi: Een man uit het dal van Spoleto. Schreef historische detectives, met de veertiende-eeuwse Franciscaan Lapo Mosca als speurder en ook diverse historische romans, die doorgaans in Italië spelen, waar zij na haar emeritaat in 1976 ging wonen.
94 Nasim Khaksar (1944) Iraans-Utrechts auteur. Woont hier sinds 1983. Schrijft proza en poëzie in het Farsi; twee verhalenbundels, een roman en een reisverslag verschenen ook in Nederlandse vertaling. Zeer actief in de beweging van Iraanse schrijvers in ballingschap. Politiek vluchteling: gemarteld door de sjah én door de ayatollahs. Vooral als verhalenschrijver hoog gewaardeerd. Schreef prachtig verhaal over de vuilniscontainers in Overvecht (in Tussen twee deuren). 95 P.H. Ritter jr. (1882-1962) Utrechts auteur, criticus en journalist. Zette als hoofdredacteur van het Utrechtsch Dagblad (tot 1934) een hele generatie Utrechtse auteurs aan het werk. Het blad zat aan de Oude Gracht (nu Aboriginal Art Museum). Gezaghebbend radiorecensent van de AVRO. Niet geheel onbeïnvloedbaar: een biljet van honderd in een recensieexemplaar kon wonderen doen. Groot redenaar: schreef daarover het handboek Van stamelaar tot redenaar.
96 Albert Kuyle (1904-1958) Katholiek Utrechts prozaschrijver, dichter en journalist. Pseudoniem van Louis Kuitenbrouwer. Geboren aan de Lauwerecht waar zijn vader een biljartmakerij dreef. Richtte De nieuwe gemeenschap op, waar hij zijn fascistische en antisemitische opvattingen ongestoord kon uitleven. Ook lid van het beruchte Zwart Front. Begenadigd stilist. Gevreesd polemist. Door Du Perron, na een ontmoeting in een Utrechts café, getypeerd als `glad, vet en goochem`, later ronduit als `ploert`. Zijn roman Harten en brood schetst een treffend beeld van Utrecht. Schreef in 1951 de geschiedenis van de buurt waar hij opgroeide: De gouden Josef.
97 Charivarius (1870-1946) Het in Utrecht geboren fenomeen Charivarius (spreek uit: Sjarivarius), ofwel Gerard Nolst Trenité, werd als light verse-dichter uitermate populair door zijn wekelijkse rubriek ruim 40 jaar lang in De Groene. Behalve dichter, van onder meer vijf bundels Ruize-rijmen, was hij de auteur van veelgelezen taalkundige werkjes als Is dit goed Nederlands?en Ken het zijn dat ik u kan?.
98 Arthur Lehning (1899-2000) In Utrecht geboren en getogen essayist, vlak voor zijn honderdste verjaardag bekroond met de P.C. Hooftprijs en daarmee verreweg de meest bejaarde laureaat aller tijden in de Nederlandse literatuur. Was in zijn Utrechtse jaren bevriend met de dichter Marsman en schreef daarover het klassieke boek H. Marsman, de vriend van mijn jeugd.
99 Hans van Straten (1923-2004) Homme de lettres, chef kunst van het Utrechts Nieuwsblad, biograaf van H.N. Werkman, Multatuli en W.F. Hermans, uitgever van het eenmanstijdschrift de Vlagtwedder Grensbode en auteur van het erudiete Privé-domeindeel De omgevallen boekenkast, dat zich laat lezen als de autobiografie van een lezer. En dichter van de regels: `O Hollands najaar, hoe houd ik het sober? / Mistflarden van oktober – `Ober, ober!`.
100 Dick Bruna (1927) Lijstduwer op de canon. Schepper van Miffy, Mouffe, Petit Lapin, Ninchen, Lilla Kanin, Kleintjie, Katryntjie, Mosetsanyana, Ntsongwana, Potjana, Tshituku, Umifi, Nènchi, Naynti, Usako-chan, Mi fei, Lâle, Coelhinho ofwel gewoon Nijntje, in Utrecht geboren literair wereldburger van de eerste orde die in 40 talen en in 80 miljoen exemplaren ontelbaar veel kinderen over de hele wereld heeft leren lezen en nog altijd leert lezen.
De hele lijst 1 Janus Secundus (1511-1536) 2 Belle van Zuylen (1740—1805) 3 Martinus Nijhoff (1894-1953) 4 Gerrit Achterberg (1905-1962) 5 Jacobus Bellamy (1757-1786) 6 H. Marsman (1899-1940) 7 C.C.S. Crone (1914-1951) 8 Dirkje Kuik (1929) 9 J.C. Bloem (1887-1966) 10 Hieronymus van Alphen (1746-1803) 11 Ingmar Heytze (1970) 12 W.G. van de Hulst (1879-1963) 13 A. Alberts (1911-1995) 14 Manon Uphoff (1962) 15 Anton Koolhaas (1912-1992) 16 Suster Bertken (1426-1514) 17 Gerard Bilders (1838-1865) 18 Charlotte Mutsaers (1942) 19 Leo Vroman (1915) 20 Anna Maria van Schurman (1607-1678) 21 Stephan Enter (1973) 22 Th. A. Sontrop (1931) 23 Clare Lennart (1899-1972) 24 Georgius Macropedius (1487-1558) 25 Ronald Giphart (1965) 26 Kees Ouwens (1944-2004) 27 Guillaume van der Graft (1920) 28 Justus van Effen (1864-1735) 29 Jan Emmens (1924-1971) 30 Elisabeth Maria Post (1755-1812) 31 Geerten Gossaert/F.C. Gerretson (1884-1958) 32 Hagar Peeters (1972) 33 Jacob Vosmaer (1783-1824) 34 Esther Jansma (1958) 35 J.J.L. ten Kate (1819-1889) 36 Ina Boudier-Bakker (1875-1966) 37 Alain Teister (1932-1979) 38 Pieter Boddaert jr. (1766-1805) 39 Ruben van Gogh (1967) 40 J.B. Christemeijer (1784-1872) 41 Jan Engelman (1900-1972) 42 Cola Debrot (1902-1981) 43 Jan Arends (1925-1974) 44 Geert van Istendael (1947) 45 Alijt Bake (1415-1455) 46 Erich Wichman (1890-1929) 47 Arthur Japin (1956) 48 Nicolaas Beets (1814-1903) 49 Arnoldus Buchelius (1565-1641) 50 Johan Brouwer (1898-1943) 51 Mark Boog (1970) 52 L.Th. Lehmann (1920) 53 Petronella Moens (1762-1843) 54 Arjaan van Nimwegen (1947) 55 Isaak van Rennes (1844-1904) 56 Wessel te Gussinklo (1941) 57 M. Februari (1963) 58 Jodocus van Lodenstein (1620-1677) 59 Fré Dommisse (1900-1971) 60 Thea Beckman (1923) 61 Bruno Daalberg (1758-1818) 62 Gabriël Smit (1910-1981) 63 Hendrik Cramer (1884-1944) 64 Pieter Harting (1812-1885) 65 James Boswell (1740-1795) 66 C.L. Schuller tot Peursum (1813-1860) 67 Ad den Besten (1923) 68 Johanna Engela Swellengrebel (1733-1798) 69 Bernard Canter (1870-1956) 70 Tommy Wieringa (1967) 71 Theo van Baaren (1912-1989) 72 Jaap Romijn (1912-1987) 73 G.J. Mulder (1802-1880) 74 Esther Gerritsen (1972) 75 Jan Terlouw (1931) 76 Arjan Witte (1961) 77 Titi Zaadnoordijk (1960) 78 B.T. Lublink Weddik (1801-1862) 79 Max Dendermonde (1919-2004) 80 Vrouwkje Tuinman (1974) 81 Gerard Brom (1882-1959) 82 Koos Meinderts (1953) 83 Ida Gerhardt (1905-1997) 84 P.A. Daum (1850-1898) 85 Boudewijn van Houten (1939) 86 Amoene van Haersolte (1890-1952) 87 Bernard ter Haar (1806-1880) 88 P.C. Boutens (1870-1943) 89 Tjitske Jansen (1971) 90 Max de Jong (1917-1951) 91 Frans de Geetere (1895-1968) 92 H.P.G. Quack (1834-1917) 93 Hélène Nolthenius (1920-2000) 94 Nasim Khaksar (1944) 95 P.H. Ritter jr. (1882-1962) 96 Albert Kuyle (1904-1958) 97 Charivarius (1870-1946) 98 Arthur Lehning (1899-2000) 99 Hans van Straten (1923-2004) 100 Dick Bruna (1927)
23 maart 2008 www.slau.nl
< terug |